Het probleem met hoe we nu naar zorg kijken
Mevrouw De Vries woont sinds zes maanden in een zorgcentrum. Ze krijgt drie keer per dag zorg: wassen, aankleden, medicatie. Elke handeling wordt geregistreerd. Het dossier klopt. De kwaliteitsindicatoren zijn groen.
Toch voelt ze zich machtelozer dan ooit. Het gebouw is verwarrend – drie keer per dag verdwaalt ze op weg naar de woonkamer. De douche voelt als een medische ruimte. Ze durft niks meer zelf te pakken omdat ze bang is te vallen. Haar zelfstandigheid neemt niet af door dementie alleen, maar ook doordat de omgeving constant signaleert: “Hier heb je hulp nodig.”
Dit is wat we niet meten. Dit is zorgwaarde – of het gebrek eraan.
Wat is zorgwaarde eigenlijk?
Zorgwaarde is de mate waarin iemand kan leven zoals zij wil, met de hulp die ze nodig heeft.
Het gaat niet om de afwezigheid van zorg, maar om de aanwezigheid van keuze. Om autonomie die niet verdwijnt zodra je afhankelijk wordt. Om waardigheid die standhoudt onder druk.
Concreet betekent het:
- Minder hulp nodig hebben omdat de omgeving ondersteunt wat iemand nog kan
- Meer grip houden op het eigen ritme, de eigen dag, de eigen keuzes
- Jezelf blijven ook als je lichaam of geest minder meewerkt
Niet alle goede zorg levert zorgwaarde op. Je kunt technisch uitstekende zorg bieden in een omgeving die mensen kleiner maakt.
De meetbaarheid-valkuil
“Zorgwaarde meet je niet, je voelt het” – zo zeggen we het vaak. Maar dat is te makkelijk.
Je kunt zorgwaarde niet direct meten zoals bloeddruk, maar je kunt wel indicatoren volgen:
Harde signalen:
- Aantal valincidenten (geeft ruimtelijke veiligheid aan)
- Medicatiegebruik voor angst/onrust (geeft omgevingsstress aan)
- Frequentie waarmee bewoners hulp vragen voor handelingen die ze fysiek aankunnen (geeft zelfvertrouwen en oriëntatie aan)
- Verloop van personeel (geeft werkdruk en werkbaarheid aan)
Zachte signalen:
- Zien bewoners zelf om naar hun kamer? (oriëntatie)
- Hoe vaak gebruiken mensen gemeenschappelijke ruimtes vrijwillig? (sociale veiligheid)
- Durven mensen zelf koffie te pakken, een raam open te doen? (gevoel van eigenaarschap)
Dit zijn geen perfecte maatstaven. Maar ze zijn beter dan niets meten en roepen dat het “om het gevoel gaat.”
Waar zorgwaarde vandaan komt: drie bronnen
1. Fysieke omgeving die ondersteunt
Voorbeeld: Een gang met vijf identieke deuren is voor iemand met geheugenproblemen een doolhof. Elke keer opnieuw zoeken kost energie en zelfvertrouwen. Een gang waar elke deur herkenbaar is (door kleur, beeld, licht) maakt dat iemand zelf naar de eigen kamer kan.
Kostenverschil: verwaarloosbaar. Waarde-verschil: het verschil tussen hulp nodig hebben of zelf kunnen.
Voorbeeld: Een toilet dat eruitziet als een voorraadkast wordt niet herkend. Een toilet met een herkenbare deur wordt wel gebruikt. Minder incidenten, meer waardigheid, minder schaamte.
Dit is niet “leuk meegenomen.” Dit is de kern van zorgwaarde: omgeving die vermogen vergroot in plaats van verkleint.
2. Zorg die ruimte laat
Er is een kantelpunt waar hulp overgaat in overnemen. Waar veiligheid wordt afhankelijkheid. Waar zorg zo dominant wordt dat het wonen verdringt.
Herkenbaar:
- Activiteiten die altijd in groepen moeten
- Medicatie die op vaste tijden moet, ook als het ritme van de bewoner anders is
- Ruimtes die zo op zorg zijn ingericht dat ze niet meer op thuis lijken
- Bemoeienis die groter is dan de feitelijke hulpbehoefte
De vraag is niet: “Is deze zorg nodig?” maar “Is deze manier van zorg nodig, of kan het ook anders?”
3. Balans tussen veiligheid en risico
We vermijden risico’s. Terecht. Maar geen enkel risico nemen betekent geen enkel leven overhouden.
Iemand die niet meer mag lopen omdat ze zou kunnen vallen, verliest spierkracht – en valt daardoor zeker. Iemand die niet meer zelf thee mag zetten, verliest zelfvertrouwen – en vraagt daarna ook voor andere dingen hulp.
Zorgwaarde betekent: accepteren dat vallen kan gebeuren. En dan kiezen voor een omgeving waar vallen minder erg is (zachte vloeren, geen scherpe hoeken) in plaats van voor een omgeving waar niet gelopen wordt.
Waar zorgwaarde vernietigt
1. Efficiëntie als enige logica
Een gebouw ontworpen op minste loopafstand voor personeel kan het moeilijkste gebouw zijn voor bewoners. Efficiëntie voor de organisatie is niet hetzelfde als leefbaarheid voor de gebruiker.
2. Oneindige zichtbaarheid
Als elk hoekje van een gebouw te zien is vanuit de centrale post, voelt het als een observatieruimte. Geen plek om even onzichtbaar te zijn. Geen ruimte om jezelf te zijn zonder publiek.
3. Standaardisatie zonder nuance
“Alle kamers hetzelfde” lijkt eerlijk, maar ontkent dat mensen verschillen. De een wil een groot raam, de ander heeft rust nodig. De een vindt een gemeenschappelijke huiskamer fijn, de ander voelt zich er ongemakkelijk.
Zorgwaarde vraagt flexibiliteit, geen uniformiteit.
Wat de 5% Verbeteraar doet
De naam verwijst naar een eenvoudig uitgangspunt: met 5% van de bouwkosten kun je disproportioneel veel zorgwaarde toevoegen – als je weet waar je moet ingrijpen.
Niet door extra’s toe te voegen, maar door problemen weg te nemen die zorgbehoefte kunstmatig verhogen.
Concrete interventies:
Oriëntatie:
- Contrasterende kleuren op deurposten (€50 per deur versus ontelbare uren zoeken)
- Sightlines naar herkenbare ankerpunten (verbouwingskosten marginaal, impact enorm)
- Lichtval die richting aangeeft zonder bewegwijzering
Zelfstandigheid:
- Keukens die eruitzien als keukens, niet als ziekenhuisruimtes (bewoners durven ze te gebruiken)
- Kasten op ooghoogte in plaats van volgens ergonomische norm voor personeel
- Deurknoppen die begrijpelijk zijn, niet alleen voldoen aan NEN-normen
Sociale veiligheid:
- Nissen waar je kunt zitten zonder in het middelpunt te staan
- Meerdere kleine zithoeken in plaats van één grote ruimte (mensen kiezen dan vaker voor sociaal contact)
- Balans tussen overzicht (veiligheid) en privacy (waardigheid)
Dit zijn geen dure maatregelen. Het zijn ontwerpkeuzes die gemaakt worden in de fase waar ze niks kosten – de tekentafel – maar die worden overgeslagen omdat we denken in functies, niet in beleving.
Waarom dit moeilijk is
1. De split tussen bouw en zorg Architecten ontwerpen ruimte. Zorgorganisaties organiseren processen. Maar niemand is verantwoordelijk voor de plek waar ze elkaar raken – en dat is precies waar zorgwaarde ontstaat of verdwijnt.
2. Regelgeving die tegen zichzelf werkt Brandveiligheidsdeuren die bewoners desoriënteren. Looproutes die veilig zijn volgens de norm maar verwarrend in de praktijk. Eisen die bedoeld zijn om te beschermen, maar die het leven moeilijker maken.
3. Wie betaalt ervoor? Een gebouw dat minder zorgbehoefte creëert, bespaart geld – maar niet bij de partij die erin investeert. De woningcorporatie betaalt voor de aanpassingen. De zorgorganisatie profiteert van de lagere zorgbehoefte. Zolang die splitsing bestaat, blijft zorgwaarde ondergeïnvesteerd.
Tegenargumenten
“Meer zorg is soms gewoon nodig” Klopt. Dit pleit niet voor minder zorg, maar voor betere omstandigheden waarin die zorg kan werken. Een demente bewoner heeft dezelfde zorg nodig in een verwarrend gebouw als in een helder gebouw – maar in het tweede geval werkt die zorg beter.
“Zorgwaarde is subjectief, dus onbruikbaar” Half waar. Zorgwaarde is persoonsgebonden, maar niet onmeetbaar. We kunnen wel degelijk volgen of interventies effect hebben – we doen het alleen niet structureel.
“Dit kost allemaal geld” Deels waar. Maar veel zorgwaarde gaat verloren door ontwerpkeuzes die niks extra kosten – ze zijn gewoon anders. En de investeringen die wel geld kosten, verdienen zich terug in lagere zorgkosten. We meten die return alleen niet.
Samengevat
Zorgwaarde ontstaat niet door meer zorg, maar door betere omstandigheden waarin zorg kan werken. Door gebouwen die ondersteunen in plaats van belemmeren. Door keuzes die ruimte laten voor leven naast zorg.
Dit vraagt geen revolutie. Het vraagt wel andere vragen in het ontwerpproces:
- Niet: “Hoeveel vierkante meter per bewoner?” maar “Hoe voelt deze ruimte als je hier woont?”
- Niet: “Voldoet dit aan de norm?” maar “Helpt dit mensen zelfstandig te blijven?”
- Niet: “Wat kost dit?” maar “Wat kost het als we dit niet doen?”
De 5% Verbeteraar is geen product. Het is een methode om in elke fase van ontwerp, bouw en gebruik te vragen: waar werken wonen en zorg tegen elkaar in plaats van met elkaar mee? En wat kunnen we weghalen, verschuiven of toevoegen om dat te veranderen?
Kleine ingrepen. Groot verschil. Dat is zorgwaarde.
5% Verbeteraar













