Scène 4 – Een omgevingsvergunning aanvragen voor je auto

De voorstelling, HUISFABRIEK - Theater van de woningwaanzin, Wonen
Auto op een sokkel onder theaterlicht met bord “Vergunning aangevraagd” – illustratie van De Rebellist over de absurditeit van het woningbouwsysteem

Wat als we auto’s zouden behandelen zoals huizen?

Joop – de Rebellist – zag het al helemaal voor zich. Hij, rijdend langs de kust, kinderen op de achterbank, muziekje aan. Vrijheid, lucht, uitzicht. Geen gedoe. Geen vergunning.

De gemeente dacht daar anders over.

“Heeft u al een integraal participatieverzoek ingediend voor uw voertuig?”

1. De aanvraag

De dealer vraagt of je al een conceptaanvraag hebt ingediend. Bij de gemeente.

“Nee?”, zegt Joop. “Dan kunnen we je helaas niet helpen.”

Een auto op je oprit plaatsen is namelijk niet zomaar toegestaan. Eerst moet je aantonen dat de functie ‘automobiel’ past binnen het omgevingsplan. Of je perceel niet ‘woongebied met beperkte verkeersruimte’ is. Of het voertuig niet leidt tot een ‘onwenselijk straatbeeld’.

Joop opent het digitaal loket. Je moet 34 velden invullen. En 9 bijlagen toevoegen.

Waaronder:

  • een situatietekening op schaal 1:200
  • een visuele weergave van de auto in straatbeeld (met schaduwwerking!)
  • een milieueffectrapportage voor banden- en olieverlies
    een stikstofberekening met gebiedsdepositie

Er is geen knop voor ‘volgende’. Alleen een knop: indienen en hopen.

“U heeft een vergunning voor de auto. Nu nog een voor de schaduw ervan.”

2. De participatieavond

De gemeente stelt participatie verplicht.

Je moet de buren informeren over je voornemen een auto aan te schaffen. Je maakt flyers. Regelt een zaaltje in het buurthuis.
Print 20 exemplaren van je conceptverkeersanalyse.

Op dinsdagavond schuift buurman Jan aan:

“Moet dat nou, weer een auto in de straat?”
“Krijgen we dan ook meer verkeersbewegingen?”
“En de kinderen dan, waar moeten die nog spelen?”

Mevrouw Van Beek zegt:

“Wat voor kleur heeft-ie? Want als het weer zo’n felblauwe wordt als die van de overburen, dan ga ik bezwaar maken.”

Joop voelt zich bezwaard over zijn eigen mobiliteit. Hij maakt een verslag. Vinkt aan dat je ‘rekening hebt gehouden met de zienswijzen’.

3. De welstandscommissie

Een maand later word je uitgenodigd bij de welstandscommissie.
Je auto wordt besproken in een zaaltje met een kan lauwe koffie, vier grijze mappen en een beamer die altijd net niet goed is ingesteld.

“De vorm is wel erg aanwezig in deze straat.”
“We missen aansluiting bij de lokale architectuur.”
“Is het ook mogelijk een model te kiezen zonder spoiler?”

Joop verdedigt zich met termen die hij niet begrijpt:

  • verrommeling
  • ruimtelijke impact
  • objectsoort G

“Een woning is pas haalbaar als je tekent wat de afdeling Ruimtelijke Ordening zelf had willen bouwen.”

Je geeft het op. Je zegt:

“Laat dan maar. Doe maar een goedgekeurd model. Zonder wielen, als het moet.”

De commissie knikt. Ze nemen het ‘in beraad’.

4. De bezwaarfase

Joop denkt dat het rond is. Maar dan blijkt er bezwaar te zijn ingediend. Door een bewoner van drie straten verderop.

Reden: hij heeft geen parkeerplek voor de deur. De gemeente neemt het serieus. Je mag een ‘zienswijzengesprek’ voeren.

De bezwaarindiener komt niet opdagen. Maar het bezwaar blijft staan.
De behandeling van je aanvraag wordt met 13 weken verlengd.

Ondertussen tikken de benzineprijzen door. En de fiets van je dochter is weer lek.

5. De technische en de ecologische toets

Daarnaast moet je aantonen dat het voertuig geen negatieve invloed heeft op het onderliggende bodemmilieu. Een contra-expert adviseert om de auto op kunststof pallets te plaatsen om de ondergrondse kleilaag te beschermen.

De gemeente suggereert dat je ook een tijdelijke vergunning zou kunnen aanvragen, maar dan mag het voertuig niet langer dan drie jaar blijven staan. Daarna moet het opnieuw worden getoetst aan de gewijzigde regelgeving. Inmiddels is de Omgevingswet gewijzigd – en dus start je aanvraag weer bij nul.

Ten slotte ontvang je een brief waarin staat dat je nog moet aantonen dat je voldoet aan de CROW-normen voor voertuigopslag op verharding.

Joop tekent. Joop zucht. Joop wacht.

Hij fronst als hij een nieuwe brief ontvangt:

“De aanvrager dient blijk te geven van ruimtelijke harmonie binnen de parkeercontext.”

“U dient bij aanschaf al aan te tonen hoe het voertuig over 12 jaar emissieloos wordt afgevoerd.”

Thuis kijkt zijn dochter hem aan en vraagt: “Komt-ie er nou nog?”
Hij antwoordt kortaf: “Dan maar geen auto. Wat maakt het nog uit. Misschien hebben we ook geen huis straks.”

6. De gedragstoets en digitale inpassing

Voordat de definitieve vergunning wordt verstrekt, moet je aantonen dat je voertuig past binnen het gedragspatroon van de wijk. Daarvoor dien je:

  • een Verklaring sociaal parkeren in,
  • bewijs van een moreel profielscore (minimaal 7,5)
  • en een video van je parkeergedrag zonder agressieve stuurbewegingen.

Ook moet je voertuig als digitaal model geüpload worden in het gemeentelijke 3D-omgevingsmodel. Indien je voertuig niet voldoet aan het open IFC-formaat, volgt afkeuring. Je auto moet BIM-ready zijn.

“Voertuigen zonder IFC-certificering worden niet opgenomen in het wijkmodel.”

Daarnaast ontvang je bericht dat je aanvraag beoordeeld is door de Commissie inclusieve mobiliteit (CIM). Je wordt verzocht je voertuig aan te passen:

  • een neutrale vormgeving zonder gender stereotyperende  elementen,
  • en leesbare bedieningselementen voor mensen met een cognitieve beperking.

7. De omgevingsvergunning

Na zeven maanden ontvang je de omgevingsvergunning. Je mag je auto plaatsen.


Voorwaarde:

  • alleen op eigen terrein
  • niet hoger dan 1.85 meter
  • geen verlicht logo
  • banden binnen de erfgrens
  • uitsluitend gebruik maken van ecologisch verantwoorde ruitensproeiervloeistof
  • parkeerplaats opgenomen in strategisch parkeerplan 2040
  • voertuig juridisch onderbouwd als ‘passend binnen het mobiliteitsbeeld van de wijk’

Joop wil de auto ophalen. Maar het model is uit productie. De hele aanvraag heeft langer geduurd dan de levensduur van de auto.
Joop bestelt een nieuwe. En begint opnieuw.

“Joop laat zijn droomauto staan. Niet uit keuze, maar uit beleid. Hij neemt de fiets – en telt onderweg de huizen die nooit gebouwd zijn.”

8. De sloopregeling na beëindiging gebruik

Na afloop van de tijdelijke vergunning moet je het voertuig emissieloos afvoeren. Hiervoor moet je een circulair demontageplan overleggen.

“Alle materialen dienen traceerbaar ontmanteld te worden, inclusief natte scan op microplastics.”

Joop overweegt het voertuig gewoon te laten staan. Maar dan ontvang je een dwangsom van €16.800 wegens het verstoren van de bodemrustzone.

9. Spiegelscène

Dit verhaal is natuurlijk verzonnen. Althans: voor auto’s.

Voor huizen is dit realiteit.

  • Welstand
  • Zienswijzen
  • Participatie
  • Bezwaar
  • Planschade
  • Milieueffectrapportage
  • Ecologisch onderzoek naar gierzwaluwen en vleermuizen
  • Omliggende belangen
  • Stikstofdepositie
  • Waterberging
  • Compensatie op afstand

En dat allemaal voor je recht op wonen. Niet op luxe. Niet op winst. Op wonen. We accepteren een vergunningenstelsel dat voelt als een hindernisbaan. We vinden het normaal dat wonen jaren duurt. Dat mensen in tenten zitten, terwijl er in archiefkasten vergunningsstukken liggen te verstoffen.

“We bouwen papieren muren. En noemen dat beleid.”

“We wonen niet waar we willen, maar waar ooit iemand wél een vinkje kreeg.”

10. Dus stel je voor …

…dat je net als bij een auto een woning zou kunnen kiezen. Zonder eindeloos papierwerk. Zonder dat de hele buurt mag bepalen of jouw woning ‘wel past’.

Je rijdt naar een showroom.
Kiest een model.
Tekent een contract.
En binnen twee weken: wonen.

Absurd?

Nee hoor. In andere sectoren is het doodnormaal. We noemen het: standaardisatie, vertrouwen, systeemdenken. We beschermen daken van vleermuizen beter dan het dak boven ons hoofd. In woningbouw noemen we het: onmogelijk. Maar ook: onmenselijk.

“We hebben onze woonbehoefte keurig ingeschreven in het systeem – maar niemand weet nog waar de toegang zit.”

11. Dit is scène 4 van de HUISFABRIEK

Wat zou jij doen als je eerst een parkeerplan moest maken voor je auto? Een theatraal aanvalsplan tegen bouwlogica. Geen beton. Geen beleidstaal. Maar spiegels, absurditeiten en alternatieven.

“We lachen om vergunningen voor auto’s. Maar we huilen bij woningen zonder vergunning.”

Deel dit verhaal als jij óók liever woont dan wacht.

Wil je ook een auto kopen zonder omgevingsvergunning?
Gebruik deze scène als test voor je eigen beleidslogica.
Begin dan met anders kijken naar wonen. Volg de rest. Deel je frustratie.

❤️  De Rebellist

Geen woningcrisis. Een logica-crisis.

12. Slot – waar je wél mag

Uiteindelijk koop je maar een gebruikte auto. Niet omdat je die wil. Maar omdat iemand anders er al een vergunning voor had.
Niet jouw kleur. Niet jouw model. Niet jouw keuze.
Maar hé: dáár mocht het wél.

En als je dan wil verhuizen? Dan zoek je niet naar de beste plek. Je zoekt naar een plek waar ooit iemand anders een vinkje kreeg.

“Papa, mogen wij straks ook ergens wonen, of zijn alle plekken al vergund?”

Welkom in Nederland. Waar je toekomst afhangt van de plek waar de bureaucratie toevallig toestemming gaf.

Gerelateerde artikelen van Joop

Creaties van Joop